Geldverslindende toekomstmuziek of briljante innovatie? De ‘slimme stad’ rukt op.

Een nieuw concept wint steeds meer terrein: de Smart City. Van Helsinki tot Tokyo en van Barcelona tot New York, steden worden slimmer door het gebruik van technologie. In een Smart City werken veel mensen thuis of op een werkplek in de buurt. Vrijwel alles gaat via teleconferencing en de cloud. Het weinige verkeer dat daardoor in de stad overblijft, is veelal elektrisch en is sneller op plaats van bestemming door slimme verkeersgeleiding. De stroom die bedrijven en thuiswerkers nodig hebben, komt steeds meer van zonnepanelen en windturbines. Toekomstmuziek?

Op ambtelijk niveau wordt vaak gesproken over ‘slimme’ toepassing van technologie, zoals slimme elektriciteitsnetten, gebouwen, water systemen en vervoer. Volgens Paul James, hoofd van het Global Compact Cities programma van de Verenigde Naties (UNGC), is er echter weinig samenhang.

Te vaak blijken gefragmenteerde projecten geldverslindend en niet duurzaam. Centraal in het succes van intelligente steden is een open platform waarop overheden en bedrijfsleven voor innovatie zorgen. De focus ligt op energie. In 2025 wil Amsterdam de CO2-uitstoot met 40% verlaagd hebben ten opzichte van 1990.

Bottom-up
Het Smart City concept onderscheidt zich van centraal gestuurde stadsontwikkeling. In Amsterdam leveren de vier kartrekkers open infrastructuren en open data, voor iedere gebruiker onder dezelfde voorwaarden.

  • KPN en Reggefiber leggen glasvezelkabels aan en Liander stelt het energienetwerk beschikbaar.
  • De gemeente zorgt bijvoorbeeld voor open data, zoals informatie over mobiliteit, lucht en milieu, maar ook geografische gegevens van gebouwen en zorg- en onderwijsdata.
  • Organisaties gebruiken deze infrastructuur en data, waardoor bottom-up innovatie plaats kan vinden.
  • Amsterdam Smart City faciliteert samenwerking tussen bedrijven en overheid die moet leiden tot innovatieve projecten.
  • ASC voert quick-scans uit op maatschappelijke en financiële haalbaarheid van deze projecten. Dit heeft inmiddels geleid tot 70 partners. Per jaar worden vijf tot tien pilots op gezet en de resultaten hiervan gedeeld, zodat bedrijven en burgers ervan kunnen leren.

In de praktijk is technologie niet het probleem. De technologie is er, maar moet wel gebruikt worden. Winkeliers stonden bijvoorbeeld wat huiverig tegenover ledverlichting, dus startten Amsterdam Smart City en Philips een pilot. De ene helft van de winkel werd verlicht door spaarlampen en de andere helft door ledlampen. De verkoop in het deel met ledverlichting bleek minstens gelijk met het andere deel. Dat nam een hoop zorgen weg. Kijkend naar het aantal uren is dit soort pilots niet altijd rendabel, maar het leidt wel tot pick-up van technologie.

Smart Working Centers: TPEX
TPEX, TelePresence Exchange International, is één van projecten onder de vlag van Amsterdam Smart City. Het biedt zeven plekken verspreid over Amsterdam waar een breed zakelijk publiek terecht kan voor vergaderingen en conferenties, aangesloten op een wereldwijd netwerk van conferentiecentra.

Het idee achter Smart Working Centers is dat “het uitwisselen van kennis, vergaderingen en seminars efficiënter kan, zodra er gebruik gemaakt kan worden van moderne communicatiemiddelen.” In persoon samen komen kost veel tijd en geld. Daarnaast veroorzaakt het files op de weg en drukte op  vliegvelden, met een hoge CO2-uitstoot als gevolg. En om de laatste barrière weg te nemen biedt TPex ook airmiles voor de afstand van de teleconferentie.

Aangesloten organisaties zijn de Amsterdamse Innovatie Motor, Amsterdam Bright City, WTC Amsterdam, Spaces, Cisco en TATA.