Conclusie themabijeenkomst
De watersnood in 1953 zette de Deltawerken in gang. Opgehoogde dijken en ingenieuze waterwerken waren het gevolg, maar wat nu als het toch nog mis gaat? “Groot denken en klein beginnen.”
Op donderdag 3 december vond de Themabijeenkomst 'Nafase bij overstroming' (georganiseerd door de Kennisalliantie, MWH en TNO) plaats bij TNO.
Flexibele geesten
Spreker Mark de Bruijne, in het dagelijks leven docent technische bestuurskunde aan de TU Delft, stelde hardop de vraag of je er naar moet streven om na een overstromingsramp zo snel mogelijk de oude toestand te herstellen. De Bruijne: “We willen altijd zo snel mogelijk terug naar wat we kennen. Maar is het niet beter om onszelf de vraag te stellen: wat willen we hebben? Geheel nieuwe infrastructurele werken. En wellicht zijn er ook allerlei andere zaken, die veel beter zijn te organiseren. Wie zal het zeggen? Groot denken en klein beginnen. Daar gaat het om.” De Bruijne vroeg zich ook af hoeveel je van de situatie na een waternoodramp nu al moet inkleuren. Ontwikkelingen gaan razendsnel en wat we vandaag bedenken, is misschien morgen al weer ouderwets. Wellicht is het beter om de geesten rijp te maken voor flexibiliteit. De wetenschapper vindt het wel een idee om meer te investeren in het sociale vermogen om elkaar na een ramp snel te vinden en om dan samen de uitdagingen aan te gaan. “Praten helpt, en bijeenkomsten zoals dit ook!, ” aldus De Bruijne.
Vragen duiken op
De derde spreker, Gijs van Ginneken, verklapte dat het eigenlijk indruist tegen de opgave van het Hoogheemraadschap Delfland waarbij hij werkt om prominent op de voorgrond te treden tijdens een themabijeenkomst over de vraag: wat te doen na een overstroming? Het Hoogheemraadschap gaat er immers prat op de zaken goed voor elkaar te hebben en er voor te zorgen dat de ingelanden droge voeten houden. Van Ginneken legde uit dat ook het Hoogheemraadschap er echter niet aan ontkomt om na de denken over de situatie na een watersnoodramp. Waterwerken zijn erg duur. Vroeg of laat kan de vraag worden gesteld tot welke prijs en welk risico je het land achter de dijken wilt blijven verdedigen. Een zeer gering overstromingsrisico aanvaarden, kan enorme kosten besparen.

Kleine kans maar grote gevolgen
Het Hoogheemraadschap onderzoekt daarom projectmatig in welke mate de geplande investeringen zich verhouden tot de risico’s die men loopt als investeringen niet worden gedaan. Tegelijk wordt onderzocht of het voor de ingelanden en/of het Hoogheemraadschap mogelijk is om tegen dergelijke risico’s een verzekering af te sluiten. Wat dat laatste betreft is aan het licht gekomen, zo vertelde Van Ginneken, dat het momenteel erg lastig is om waterrisico’s verzekerd te krijgen. Verzekeringsmaatschappijen kunnen namelijk onvoldoende inschatten welke risico’s ze moeten afdekken. Het kan heel nuttig zijn als verzekeraars dat inzicht wel krijgen, en mede daarom is ook Van Ginneken er voor dat er nu meer wordt nagedacht over de taken die ons wachten na een overstroming.

Dat nog niet iedereen rijp is voor deze gedachte, bleek uit een opmerking uit de zaal: “Ik betaal een forse premie aan het Hoogheemraadschap. Dat is mijn verzekering tegen natte voeten.” Van Ginneken benadrukte dat het in de toekomst helemaal niet zo hoeft te zijn dat Hoogheemraadschappen bepaalde risico’s niet meer via waterwerken, maar via een verzekering gaan afdekken. Hij zei er slechts voor te pleiten dat het inzicht in de verzekerbaarheid van overstromingsrisico’s wordt vergroot omdat vragen daarover vroeg of laat toch opduiken.
Goed initiatief
Als lid van het Taskforce Management Overstromingen is Corsmas Goemans er al jaren van overtuigd dat we onze maatschappij beter moeten voorbereiden op een eventuele overstroming. “Niet zo handig om een belangrijk ICT knooppunt onder zeeniveau te bouwen. Maar het gebeurt nog steeds”, weet hij. Gelukkig hoort ook Goemans nu links en rechts geluiden die er op duiden dat het besef begint te groeien om de gevolgen van rampen beter in te kleuren. “Ook in de Tweede kamer”, aldus Goemans. Het initiatief van MWH, TNO en de Kennisalliantie om een themabijeenkomst over het onderwerp te organiseren, zag hij als een logisch gevolg van deze ontwikkelingen. Goemans volgde de discussies met meer dan bijzondere belangstelling.
Geslaagde middag
De organisatoren kijken terug op een geslaagde middag met veel creatieve ideeën. Mede dankzij de bijdrage van deelnemers in de workshops is een drietal onderwerpen geïdentificeerd met voldoende draagvlak om er begin 2010 een follow-up aan te geven:
- 1. organiseren van een maatschappelijk café rondom dit thema, met speciaal aandacht voor het loskoppelen van woningen van de vitale infrastructuur (autarkisch wonen)
- 2. het idee van verzekerbaar maken van waterveiligheid verder uitwerken
- 3. een virtuele (“serious”) game inrichten met betrokken stakeholders, gericht op autarkie in geval van herstel na overstroming om aldus issue awareness te creëren bij beleidsmakers.
Tekst: Theo Calkoen
